De keerzijde van een succesvol debuut

In september tweeduizendenveertien besloot ik, in een leven waarin de omstandigheden mijn zijn bepaalden, te kiezen voor een stukje me-time. Ik voelde dat ik het nodig had iets voor mezelf te doen, om mijn leven waarin zorgen voor anderen voorop stond, vol te kunnen houden.
Schrijven was mijn passie, mijn uitlaatklep in mijn kinderjaren, en deze was zoetjesaan verstopt geraakt onder de deken van volwassen worden. Ik zocht deze passie weer op en schreef me in bij De Schrijversacademie. Tijdens de eerste kennismaking met mijn medestudenten ervoer ik dat ik niet alleen stond en dat we de liefde voor het geschreven woord deelden. Maar daar waar er ook studenten waren voor wie schrijven alleen voldoende was, die slechts schreven voor zichzelf en daar voldoening uithaalden, proefde ik bij mezelf al meteen de drive dat ik wilde schrijven om uit te geven. Deze wens sprak ik fluisterend uit, terwijl hij gilde in mijn hoofd.
In de loop van de maanden durfde ik dat waarvan ik droomde, steeds vaker ook hardop uit te spreken, maar even zo vaak kreeg ik te horen dat uitgeven niet mijn doel moest zijn, maar plezier hebben in schrijven. Dat wat ik schreef iets moest zijn voor mezelf en niet iets waarvan ik dacht dat anderen dat wilde lezen. En nooit begreep ik dat. Stelde ik, vooral mezelf, de vraag waarom deze dingen niet gewoon samen konden gaan.
Tegen mijn familie vertelde ik dat ik schreef aan een boek dat uitgegeven zou gaan worden en dat ik de overtuiging had dat het succesvol zou worden. Altijd werd ik getemperd, werd me verteld dat het allemaal niet zo makkelijk was en werd me geluidloos arrogantie verweten.
Van mijn kant was het geen arrogantie, het was zelfs geen wetenschap. Maar het strookte met mijn visie, dat als ik er zelf niet in geloofde, een ander het zeker niet zou doen.
Na De Schrijversacademie schreef ik verder aan De Queridoacademie en kreeg mijn droom steeds mooiere woorden, steeds mooiere zinnen. Tijdens dit proces waren er mensen die me complimenteerden, die me feedback gaven en die me lieten groeien. Maar er was ook een enkeling, juist uit het schrijversvak, die me vertelde dat het me nooit zou lukken. De complimenten en de feedback koesterde ik, stopte ik in een mooi doosje, en borg ik op in mijn laadje voor zelfvertrouwen.
De man de me vertelde dat het me nooit zou lukken werd mijn motor die ik gebruikte om het tegendeel te bewijzen.
‘Geen kind meer’ vond zijn weg naar de uitgever en al snel werd het dat succesvolle debuut waarvan mijn hart hoopte dat het dat zou worden, en mijn mond het als zekerheid had uitgesproken.
Recensenten, lezers, allemaal roemden ze het boek. Radio, televisie, kranten en tijdschriften vertelden over mijn verhaal en binnen drie maanden verscheen de derde druk.

En toen moest er een tweede boek komen. En zachtjesaan sijpelden de woorden binnen, die zich met weerhaakjes vastzetten in mijn hoofd. ‘Het zal Esther nooit meer lukken dit debuut te evenaren.’ ‘Een net zo’n goed boek schrijven zal moeilijk worden.’
Niet alle woorden kwamen van derden. Er zaten ook woorden bij die ik mezelf toesprak. Daar waar ik nog kon debuteren in de luwte van het nooit gepubliceerde woord, werd het nu schrijven onder een zwarte wolk van verwachting.
Waar ik op De Schrijversacademie hoorde dat je moest schrijven wat jezelf leuk vond, en niet moest schrijven voor publicatie, en ik altijd geloofde dat dit samen kon gaan, kwam er nu een derde vernietigende optie bij. Ik ging schrijven waarvan ik dacht dat dit van mij verwacht werd en niet iets waarvan ik genoot.
En opnieuw spraken mijn mond en mijn hart andere woorden met echter één groot verschil. Waar voorheen mijn mond een minder genuanceerde uitspraak over mijn hart deed, spraken beiden nu een andere taal.
Over mijn lippen rolden de woorden vol plezier en vreugde, terwijl mijn hart een steeds zwartere plek werd waarin de passie voor schrijven verloren ging. Het resultaat werd een manuscript dat middels een worsteling was ontstaan en waarmee ik mijn restje plezier in schrijven vernietigde.
Schrijven werd als een drugs, een middel waarvan je dacht afhankelijk te zijn, dat je een euforisch gevoel gaf, maar dat een schaduw van jezelf maakte als de stof was uitgewerkt en je weer moeizaam kruipend op zoek moest naar een nieuw shot.

Ik besloot te stoppen met schrijven. Dat was tenminste wat mijn mond sprak. Maar mijn hart huilde om wat het verloren was. Tot ik een heel lieve mail kreeg van mijn uitgeefster met het verzoek eens te komen praten. In dit gesprek vertelde ik waar ik gelukkig van werd. Schrijven over onderwerpen die er toe doen en niet schrijven over onderwerpen waarvan ik dacht dat lezers ze wilden lezen. En waarvan ik dacht dat de uitgever ze ook niet wilde uitgeven.
Dit bleek een vergissing. Mij werd verteld dat ik moest schrijven wat ik wilde en ik voelde de druk in mijn binnenste verdwijnen. Dat waar ik eerder heilig in geloofde, kwam weer onder het zwarte deken uitgekropen. Plezier in schrijven en schrijven om uit te geven kon samengaan. Mits je schrijft over dat waar jezelf achterstaat.
Ik begon aan een heel nieuw manuscript en de woorden leken als vanzelf te komen. Of het goed is, goed genoeg, dat zal later blijken. Maar ik geloof erin. En geloven in jezelf is het begin naar een succesvol resultaat. Mijn door mezelf opgelegde deadline, een boek per jaar, kan ik niet meer waarmaken. Maar daar waar het schrijven mee begon, iets doen om staande te blijven in de hectiek dat leven heet, volbreng ik weer. Net zoals het geloof in mezelf, dat wat ik doe, succesvol zal worden.

Laat ik afsluiten met een citaat van Nelson Mandela, één van de mensen in de wereld die ik bewonder om zijn wijsheid: “Passie vind je niet door het klein aan te pakken, door genoegen te nemen met een leven dat minder is dan het leven dat je zou kunnen leiden.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *