De geboorte van een debuut.

Al van jongs af aan was ik met woorden bezig. Alles wat ik in mijn hoofd had en niet kon ordenen, schreef ik op. Veel meisjes van mijn leeftijd schreven dagboeken vol. Gaven dit gebonden papier namen en vertrouwden hun woorden toe aan ‘Lieve Eva’, ‘Lieve Sofie’ of gewoon ‘Lief dagboek’, voor degene met minder fantasie of meer realistisch vermogen. Ook ik heb pogingen ondernomen maar had niet de lust, of de discipline, om dit langer dan een dag of drie vol te houden. Daarom werden mijn hersenspinsels gedichten.

Uitgeven, daar dacht ik niet aan. Ik typte mijn woorden op een blanco vel papier, met gaatjes in de zijkant, en deed ze vervolgens in een speciaal voor dit doel uitgekozen multomap. Als ik een foutje maakte moest het hele werk opnieuw. Want gewoon op een knopje drukken waardoor elke verkeerde letter verdwijnt in het eeuwige niets, dat had je niet met een typemachine. En als de inkt halverwege op was, waardoor de letters vager werden, was het niet nieuwe inkt en opnieuw printen. Nee, dan moest ik van voor af aan beginnen. Toch werkte dit ook en zo ontstond mijn eigen gedichtenbundel. Gewoon de voorloper van uitgeven in eigen beheer met maar één exemplaar als uitgave.

Ik werd ouder en paarden en vriendinnen werden belangrijker in mijn leven. Schrijven verdween op de achtergrond maar de woorden bleven. Nu vooral geschreven door anderen en ik verslond menig boek. De jaren gingen in elkaar over en de woorden groeiden met mijn leeftijd mee. Het zelf schrijven verdween naar een vergeten plekje in mijn hoofd.

En toen kwam het jaar 2013.  Het jaar waarin een simpele druk op de deurbel, in de vroege ochtend van een donkere dag in februari, alles deed veranderen. Op deze ochtend verdween mijn kind, tussen twee geüniformeerde mannen in,  en zou nooit meer terugkomen. De jongen die ik bijna twee weken later weer terug zag, zou nooit meer kind zijn. Mijn kind was me voorgoed ontnomen door misdadige leugens en justitie met tunnelvisie.

Om tijdens deze periode overeind te blijven en overzicht te houden, greep ik terug op wat ik als kind al deed. Ik schreef mijn gedachtes, gevoelens en dat wat er gebeurde op.  De aantekeningen werden uiteindelijk toch dat nooit volgehouden dagboek. Al was ik nog steeds zo’n realist om dat schriftje geen naam te geven. Het dagboek werd een boek. Een wraakboek, vol boze woorden en haatdragende zinnen. Ik las het boek en ik herkende mijn geschiedenis. Alleen mezelf vond ik er niet in terug. Ik las over een vrouw die aan het overleven was, haar gezin koste was kost overeind wilde houden, gerechtigheid probeerde te krijgen. Maar die ook, in die strijd, zichzelf dreigde te verliezen. Dat wilde ik niet. Dat gunde ik ook de daders niet.

Ik besloot het wraakboek te gaan herschrijven. Om uiteindelijk een boek te schrijven over onrecht, schuld en schaamte. Maar bovenal een boek over de liefde van een moeder voor haar zoon.

Ik schreef me in bij de Schrijversacademie waar ik in september 2014 begon aan mijn basismodules. Daan Remmerts de Vries werd mijn leermeester. Nadat hij me de fijne kneepjes van het schrijversvak had bijgebracht ging ik me specialiseren bij Carla de Jong. Mijn wraakboek kreeg steeds meer vorm en werd langzaam maar zeker minder boze woorden en meer een psychologische thriller. Op advies van Carla ging ik met haar mee naar de Queridoacademie in Amsterdam. Uiteindelijk werd mijn manuscript aangeboden bij een grote uitgeverij. Het werk waar ik zo trots op was, en waar ik voor de volle honderd procent achter stond, werd niet geheel goedgekeurd door de betreffende redacteur. Hij vond het niet literair genoeg voor een roman en niet slachtoffer genoeg voor een non-fictieboek, omdat ik niet alleen mijn verhaal had belicht, maar ook de kant van de meisjes. De vorm die het manuscript nu had zou voor geen enkele redacteur aantrekkelijk zijn om uit te geven, was zelfs een opmerking in mijn leesrapport. Maar beide door de redacteur voorgestelde vormen, wilde ik niet schrijven. Dus stond ik voor een groot dilemma. Besloot ik de vorm te veranderen om mijn werk uitgegeven te krijgen, iets wat inmiddels wel hoog op mijn bucket list stond, of bleef ik trouw aan mezelf en dat waarin ik geloofde.

Het werd het laatste en ik stuurde mijn manuscript op naar een paar andere uitgeverijen. Tot mijn grote verbazing kreeg ik van drie redacteuren terug dat zij interesse hadden in mijn manuscript. Uiteindelijk ging ik op gesprek bij de uitgeverij die bij het bezoek aan hun website voor mij al heel goed voelde, De Crime Compagnie. Hun ontvangst was als een warm bad en hun enthousiasme over dat wat ik geschreven had, werkte aanstekelijk en voelde als een enorme eer. Al tijdens dat gesprek besloten we samen in zee te gaan en zal maart 2017 mijn debuut Geen kind meer in de boekhandel liggen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *